Menu
22/10/2021

Schadevergoeding wegens zaakschade, voortaan geen vetusteitsaftrek meer? (Cassatie 17 september 2020)

Wanneer een zaak beschadigd wordt door een onrechtmatige daad, ontstaat een recht voor de benadeelde op het integraal herstel van de zaak (het integraliteitsprincipe).

Om de schade te begroten, stelde zich de vraag of deze begroot moest worden volgens de waarde die de zaak had net vóór het schadegeval, waarbij rekening gehouden wordt met de ouderdomsstaat van de zaak (de vetusteit), dan wel of de schade begroot moet worden volgens het bedrag noodzakelijk om de vernielde of beschadigde zaak te herstellen of te vervangen. In dit laatste geval wordt geen rekening gehouden met de verbetering van de zaak en wordt de nieuwwaarde in rekening gebracht.

Staat het integraliteitsprincipe een aftrek wegens vetusteit toe? 

De feitenrechtspraak was verdeeld, eens weigerde de rechter een vetusteitsaftrek toe te passen op de verschuldigde schadevergoeding, dan weer werd tot het tegenovergestelde besloten. 

Het Hof van Cassatie oordeelde op 11 februari 2016 dat de schadevergoeding voor een vernield of beschadigd goed in principe overeenstemt met de herstellings- of vervangingskost die nodig is om het goed in dezelfde staat te herstellen of om een nieuw goed aan te kopen in dezelfde ouderdomsstaat. 

De begroting van de schadevergoeding werd niet gedaan op basis van de nieuwwaarde, maar op basis van de werkelijke waarde die de zaak had vooraleer het schadegeval zich voordeed. 

Op de toegekende schadevergoeding diende aldus een graad van ouderdom (vetusteit) te worden toegerekend. 

Op 5 oktober 2018 werd deze rechtspraak van het Hof van Cassatie bevestigd, specifiek voor schade die werd aangebracht aan goederen die tot het openbaar domein behoren. 

Ingevolge deze twee arresten, beiden gewezen door de Nederlandstalige afdeling van het Hof, werden de bodemrechters verplicht om een graad van ouderdom of slijtage op de toegekende schadevergoeding toe te rekenen. 

Dit impliceert dat de benadeelde, die zijn schade daadwerkelijk herstelt wenst te zien, normaliter een bijkomende kost zal moeten maken omdat de herstelling of de vervanging niet mogelijk is zonder dat gebruik wordt gemaakt van nieuwe of nieuwere onderdelen. 

Ommekeer in de cassatierechtspraak

Het Hof van Cassatie, Franstalige afdeling, besloot hier in haar arrest van 17 september 2020 tot het tegenovergestelde en gaat in tegen de cassatierechtspraak van 11 februari 2016 en 5 oktober 2018.  

Naar aanleiding van verbouwings- en uitbreidingswerken werd door een koppel onder meer een aannemer ingeschakeld voor de graafwerken. Amper na een paar dagen stortte het gebouw gedeeltelijk in. Het koppel stelde een kortgeding procedure in, waarbij een gerechtsdeskundige werd aangesteld. Zowel de rechtbank van eerste aanleg als het Hof van Beroep veroordeelden de aansprakelijke niet tot de gehele vergoeding die nodig zou zijn om het goed her op te bouwen, maar nam een vetusteitsaftrek in rekening van 44%. 

Het Hof van Cassatie oordeelde dat de volledige vergoeding van de schade die het slachtoffer heeft geleden impliceert dat de persoon wiens zaak door een onrechtmatige daad beschadigd is, het recht heeft op herstel van zijn patrimonium in de staat waarin het zich bevond, vooraleer het schadegeval plaatsvond. In de regel heeft de benadeelde recht op een compensatie vragen ten belope van wat nodig is om het goed te laten herstellen, zonder dat het bedrag dient verminderd te worden door een vetusteitsaftrek toe te passen. De beslissing dat oordeelde dat een verouderingscoëfficiënt van 44% moet toegepast worden, werd door het Hof van Cassatie in strijd bevonden met het integraliteitsprincipe. 

Ruimte tot matiging? 

Het cassatiearrest oordeelde dat de benadeelde “in de regel” recht heeft op een vergoeding, waarop geen vergoeding wegens vetusteit mag worden toegepast. Het geformuleerde voorbehoud van het Hof van Cassatie zal aanleiding kunnen geven tot het toepassen van uitzonderingen waarbij afgeweken kan worden van de gestelde regel. 

Toepassing van het cassatiearrest 

Het casssatiearrest kan toegepast worden op alle vormen van zaakschade, zowel contractueel als buitencontractueel, roerende of onroerende goederen en behorend tot het openbaar domein of niet, gezien het arrest gewezen is in algemene bewoordingen. Voorwaarde is wel dat de vernielde of de beschadigde zaak niet kan hersteld of vervangen worden met onderdelen of zaken in een soortgelijke ouderdomsstaat. 

Heeft u nog vragen of nood aan advies?

Aarzel niet en contacteer Ad Verlaw of stel uw vraag rechtstreeks via ons contactformulier