De invoering van de Familierechtbank

De innovatie van het gerechtelijk jaar 2014: De Familierechtbank:

Door Sofie Longerstay

Op 1 september 2014 werd in elke rechtbank van eerste aanleg een eigen familie- en jeugdrechtbank opgericht. Bij deze rechtbank kan men terecht met familiale geschillen en jeugdzaken. Bemiddeling krijgt een centrale plaats in de familierechtbank.

De structuur van de familierechtbank

De familie- en jeugdrechtbank bestaat uit drie soorten kamers:

  1. de familiekamer(s) die de familierechtbank vormt;

  2. de jeugdkamer(s) die de jeugdrechtbank heet; en

  3. de kamer(s) voor minnelijke schikking.

De familiekamers zijn bevoegd voor de burgerrechtelijke geschillen binnen het gezin.

De jeugdkamers, die reeds bestonden, zijn bevoegd voor de bescherming van het kind en de reactie op strafbare daden van minderjarigen.

De kamers voor minnelijke schikking trachten de partijen te verzoenen.

Ook bij het hof van beroep komen er familiekamers en kamers voor minnelijke schikking. Jeugdkamers waren er al.

De bevoegdheid van de familierechtbank

De familierechtbank neemt kennis van heel uiteenlopende vorderingen.

Het betreft onder meer de volgende aangelegenheden:

  • over de staat van personen (bv. afstamming, adoptie, echtscheiding);

  •  tot nietigverklaring van de wettelijke samenwoning;

  • tussen echtgenoten en wettelijk samenwonenden  over de uitoefening van hun rechten of over hun goederen. Ook de voorlopige maatregelen die daarop betrekking hebben, behoren tot de bevoegdheid van de familie- en jeugdrechtbank;

  • over het ouderlijk gezag, de verblijfsregeling of het recht op persoonlijk contact ten aanzien van minderjarige kinderen;

  • over de vaststelling van de voortdurende onmogelijkheid om het ouderlijk gezag uit te oefenen;

  • over  het grensoverschrijdend hoederecht en bezoekrecht;

  •  over onderhoudsverplichtingen (tenzij ze aan het leefloon gerelateerd zijn (dan is de vrederechter bevoegd);

  • over de aanduiding van de rechthebbende op kinderbijslag, als de ouders niet meer samenwonen, en over de uitbetaling ervan;

  • over  huwelijksvermogensrecht, erfopvolging, schenkingen onder levenden of testamenten;

  • over verdelingen;

  • over het tijdelijk huisverbod;

  • over het verzet tegen de uitbetaling van de kinderbijslag aan de bijslagtrekkende (in bepaalde gevallen).

Een familiedossier

Van zodra een eerste vordering bij een familierechtbank wordt ingediend, wordt er een familiedossier geopend.

Elk familiedossier krijgt een specifiek nummer. Dat nummer komt op alle akten van rechtsingang, besluiten en andere stukken van het dossier.

Bij verwijzing naar een andere familierechtbank, verhuist het volledige dossier mee.

Centraal staat het principe van één familiedossier.  Vorderingen waarvoor de familierechtbank bevoegd is, worden voor dezelfde familierechtbank gebracht waar al eerder een geschil aanhangig is gemaakt. Deze bevoegdheidsregel zorgt ervoor dat er gewerkt kan worden met één familiedossier waarvoor steeds dezelfde familierechtbank bevoegd is.

Het spoedeisendheid karakter

De familierechtbank kan uitspraak doen in kort geding. Wanneer partijen spoedeisendheid aanvoeren.

Een aantal zaken worden van zichzelf geacht spoedeisend te zijn.

Het gaat om de volgende zaken:

  •  de afzonderlijke verblijfplaatsen;

  • het ouderlijk gezag;

  • de verblijfsregeling en het recht op persoonlijk contact met een minderjarige kind;

  • de onderhoudsverplichtingen;

  • de internationale kinderontvoeringen;

  • de machtigingen om een huwelijk aan te gaan;

  • de voorlopige maatregelen;

 

De persoonlijke verschijning

In bepaalde gevallen zijn de partijen verplicht om persoonlijk te verschijnen op de inleidingszitting. Dat is het geval bij vorderingen over:

  •  de afzonderlijke verblijfplaatsen;

  •  het ouderlijk gezag;

  • de verblijfsregeling en het recht op persoonlijk contact met een minderjarig kind; en

  • de onderhoudsverplichtingen.

Bovendien moeten partijen in alle zaken die gaan over minderjarige kinderen persoonlijk verschijnen op de inleidingszitting, op de zitting waarop de vragen over de kinderen worden besproken én op de pleitzittingen.

Minnelijke schikking

De wetgever hecht bijzonder veel aandacht aan de bemiddeling en andere vormen van minnelijke schikking.

1. Bemiddelingsinformatie door griffier

Zodra een vordering wordt ingesteld bij de familierechtbank, informeert de griffier de partijen over de mogelijkheid tot bemiddeling, verzoening of een andere minnelijke oplossing van conflicten. Ze krijgen alle nodige inlichtingen waaronder een informatiebrochure over bemiddeling, de teksten uit het Gerechtelijk Wetboek over de bemiddeling en een lijst met erkende bemiddelaars gespecialiseerd in familiezaken in het betrokken gerechtelijk arrondissement.

2. Informatieplicht familierechtbank

De familierechtbank is verplicht om op de inleidingszitting de partijen te wijzen op de mogelijkheid om hun geschil te beslechten via verzoening, bemiddeling of een andere vorm van minnelijke oplossing van conflicten.

Op vraag van de partijen of als de magistraat het opportuun vindt, wordt het dossier doorverwezen naar de kamer voor minnelijke schikking van de familierechtbank. Als men daar niet tot een volledige overeenkomst komt, gaat het dossier terug naar de familiekamer waar het werd ingeleid.

Het dossier kan trouwens gedurende de ganse stand van het geding naar de kamer voor minnelijke schikking gestuurd worden.

Alles wat gezegd of geschreven wordt tijdens de zittingen van minnelijke schikking is vertrouwelijk. Wat overeengekomen is, wordt wel in een PV gegoten.

Partijen en rechter-verzoener kunnen op elk moment de procedure van minnelijke schikking beëindigen.

De inwerkingtreding

De nieuwe wet van 30 juli 2013 trad in werking op 1 september 2014.

Bron: Wet van 30 juli 2013

(12.11.2014)