Buitengewone kosten-buitengewone discussies

1) Algemeen
Naast het betalen van een vaste maandelijkse onderhoudsbijdrage voor de gewone kosten van de kinderen, wordt door de Rechtbank doorgaans ook beslist dat door beide ouders (volgens een te bepalen verdeelsleutel naar evenredigheid van hun vermogen) dient te worden bijgedragen in de buitengewone, bijzondere kosten van de kinderen.

In de wet van 19.03.2010 inzake de objectivering van onderhoudsgelden wordt dit onderscheid verduidelijkt.

De gewone kosten zijn “alle gebruikelijke kosten m.b.t. het dagelijks onderhoud van het kind.”

Met buitengewone kosten bedoelt men “de uitzonderlijke, noodzakelijke of onvoorzienbare uitgaven die voortvloeien uit toevallige of ongewone gebeurtenissen en die het gebruikelijk budget voor het dagelijks onderhoud van het kind dat desgevallend als basis diende voor de vaststelling van de onderhoudsbijdragen, overschrijden.”

Voor het overige bestaat er eigenlijk geen wettelijke basis voor deze buitengewone kosten, met als gevolg dat de rechtspraak desbetreffend divers is en dat rechters vaak verschillende criteria hanteren voor de bepaling van deze buitengewone kosten.

Doorgaans worden zij ingedeeld in de volgende drie categorieën:
1. Medische en paramedische uitgaven
2. Kosten betreffende de opleiding van het kind
3. Uitgaven met oog op de persoonlijke ontplooiing van het kind

2) Problemen

Nu het vaak net deze ‘buitengewone’ kosten zijn die voor oeverloze discussies zorgen tussen ex-partners (hoe ouder de kinderen, hoe hoger de bijzondere kosten), verdient het de aanbeveling om op zeer gedetailleerde wijze te preciseren wat onder deze bijzondere kosten precies dient te worden begrepen.
Gelet op het feit dat de Rechtbank doorgaans stelt dat driemaandelijks een afrekening dient te worden gemaakt tussen de ex-partners, en dat deze bovendien dient te worden gestaafd met rekeningetjes en facturen, dient te worden opgemerkt dat dit van de ouders een bijzondere discipline vergt om alles bij te houden.

Ook de verdeelsleutel zorgt vaak voor problemen nu vaak standaard wordt voorzien dat beide ouders voor de helft dienen bij te dragen in de helft van de bijzondere kosten, daar waar dit vaak niet overeenstemt met het verdienvermogen van de ene dan wel de andere ouder en in tegenstrijd met de wet die voorziet dat ouders in de kosten van de kinderen dienen bij te dragen ‘naar evenredigheid van hun vermogen’… .

Bovendien wordt bijna in elk vonnis principieel gesteld dat de buitengewone kosten dienen te worden gemaakt in gemeenschappelijk overleg. Nu het vermogen van ex-partners om over te gaan tot communicatie & overleg vaak ver te zoeken is, is het eerder uitzonderlijk dat zij er in slagen om deze voorwaarde te vervullen.

Bij gebreke aan dergelijk overleg of in afwezigheid van de rekeningetjes en facturen is het tot slot bijzonder moeilijk om - in geval van wanbetaling door de onderhoudsplichtige - over te gaan tot uitvoering van een vonnis, nu dit resulteert in een gebrek aan zeker en opeisbaar karakter van de vordering. Als er geen enkel voorafgaandelijk overleg werd gepleegd tussen de ouders of als men de rekeningetjes niet meer kan voorleggen, kan men dan nog spreken van een zekere en opeisbare vordering?
Een uitvoerbare titel vereist uiteraard dat perfect kan worden bepaald welk bedrag precies verschuldigd is.

3) Alternatief

Een alternatieve oplossing bestaat er dan ook in om te opteren voor een hogere maandelijkse forfaitaire onderhoudsbijdrage waarmee alle kosten van het kind kunnen worden gedekt. Om de stijgende behoeften van het kind op te vangen kan worden voorzien in een trapsgewijze verhoging van de onderhoudsbijdrage op scharniermomenten (volgens leeftijd op 6, 12 en 18 jaar, ofwel volgens opleiding bij lager, middelbaar en hoger onderwijs). Dergelijke regeling biedt duidelijkheid en transparantie.
Indien men de forfaitaire onderhoudsbijdrage voor de toekomst nog niet volledig wil vastleggen, kan ook worden voorzien dat bij gelegenheid van voornoemde scharniermomenten zal worden overgegaan tot evaluatie van de onderhoudsbijdrage en dat bij gebreke aan overeenstemming op dat moment het recht is voorbehouden om zich tot de rechtbank te wenden.
Voor zover men toch het onderscheid tussen de gewone en de buitengewone kosten wil handhaven, kunnen deze onder meer als volgt worden omschreven.

1. Buitengewone medische en paramedische kosten, nl.:

• Hospitalisatiekosten, ambulante medische behandelingen van langer dan vijf dagen of vijf sessies en heelkundige ingrepen;
• Consultaties en behandelingen van artsen-specialisten (onder meer kinesitherapie, revalidatie, logopedie, orthodontie, oftalmologie, osteopathie, therapie of begeleiding door een psycholoog of psychiater) en de door hen voorgeschreven gespecialiseerde onderzoeken, medicatie en gespecialiseerde verzorging;
• De kosten voor de aanschaf van brillen en/of contactlenzen, orthopedische zolen en schoenen, hoorapparaten, prothesen.

2. De kosten verbonden aan de schoolse opleiding, nl:

• School- en studiereizen van langer dan één dag;
• Aankoop van schoolboeken en cursussen vanaf het middelbaar onderwijs, alsmede van een laptop of personal computer met de voor de studie noodzakelijke programma’s en bijzonder materiaal en kledij, noodzakelijk voor het volgen van ene bepaalde studierichting;
• Noodzakelijke studiematerialen die vermeld staan op een door de onderwijsinstelling afgeleverde lijst;
• Abonnementen voor het vervoer van en naar school
• De inschrijvingsgelden van hogere studies en stages inherent aan het gevolgde onderwijs;
• De kosten van internaat en de huur van een studentenkamer;
• De kosten voor het behalen van een rijbewijs, voor zover dit niet kosteloos langs de school kan worden behaald, maar via een rijschool dient te geschieden.

3. De kosten verbonden aan de ontwikkeling en persoonlijke ontplooiing van het kind, nl.

• Het lidgeld en de basisbenodigdheden voor hobby’s, sportclubs en jeugdbeweging en deelname aan jongerenkampen georganiseerd door onder meer de jeugdbeweging, de mutualiteit of een sportvereniging en dit alles voor zover zij het voorwerp zijn van een voorafgaand overleg en een akkoord.

Het onderscheid tussen gewone en buitengewone kosten hoeft weliswaar niet per se tot moeilijkheden te leiden. Voor zover communicatie tussen de ex-partners nog tot de mogelijkheden behoort, kan dit al bij al probleemloos verlopen.
Echter, helaas dient te worden vastgesteld dat dergelijke gevallen eerder de uitzondering dan de regel zijn, zodoende dat duidelijke en transparante afspraken van primordiaal belang zijn.

Een goede omschrijving van deze buitengewone kosten is in de eerste plaats de taak van de advocaat.

Indien u vragen heeft over dit onderwerp gelieve contact op te nemen met het kantoor op advocaten@verlaw.be

Elke CROPPEN